De vele gezichten van China
Koen Ottenheym gaf een algemene inleiding over de cultuur in China, met nadruk op de traditionele bouwkunst van paleizen en tempels.
Benedict Goes toonde dat de westerse invloed in China op sommige plaatsen opvallend dominant kan zijn. De kustplaats Qingdao is in 1897 van een klein visserplaatsje door een Duitse expeditie omgevormd tot een complete stad in volkomen Duitse vormgeving.
Jan Willem van Beusekom sprak over Shanghai, de grootste stad in China waar de Europese concessies ooit het belangrijkste deel en nu het centrum van de stad vormden, nu in de schaduw van indrukwekkende hoogbouw. Tevens verslag van de bustocht vanuit Xi’an naar Beijing; o.a. langs de best bewaarde historische stad van China is Pingyao, een geheel ommuurde stad met louter traditionele bouw, grijs beroet door de kolenstook.
Rob Apell bezocht zuid-China, met de steden Kunming, Dali en Lijiang (werelderfgoed-stad), en tussendoor enkele interessante natuurlijke en culturele erfgoedsites in het grensgebied tussen China, Vietnam en Myanmar (Birma). Tijdens deze reis werd veel aandacht besteed aan de culturele minderheden die in dit gebied leven en hun bouwwijzen.
Wijnand Freling had het meest exotische reisdoel: de Zijderoute richting Mongolië. Vanuit Xi’an, voor de Chinezen het beginpunt van de zijderoute, liep de noordelijke karavaanroute via Lanzhou door de Mongoolse woestijn naar Urümqi, een stad met al duidelijk Turkse invloeden. De oase Turfan (-154m) is het laagste punt van deze droge streek, met ongekende leembouw-werken.